Breddels Consultancy B.V.

Sterk gestructureerd en visionair


Het drieluik van Vitruvius
Vitruvius, de bouwmeester van Julius Caesar en Augustus, onderscheidde in de eerste eeuw voor Christus in zijn ‘architectura’ drie aspecten aan architectuur: ‘utilitas’, ‘firmitas’ en ‘venustas’. Utilitas staat voor de gebruiksaspecten: doelmatigheid, nuttigheid en deugdelijkheid. Firmitas staat voor fysieke zaken als: duurzaamheid, vastheid, en sterkte. En venustas staat voor bekoorlijkheid, uiterlijk schoon, dus de beleving. Een moderne verwoording van een dergelijk drieluik is te vinden op de website www.habiforum.nl. Zij stellen dat als je een huis koopt je let op drie kenmerken: de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde. De respectievelijke bijbehorende vragen: zijn de gebruiksmogelijkheden passend voor de activiteiten van mij en mijn gezin, past de sfeer van huis en de buurt bij mijn leefstijl en geeft die een aangenaam gevoel, is het huis aan te passen aan veranderende woonwensen, goedkoop in onderhoud en is het op termijn goed te verkopen. Zij stellen dat tezamen deze waarden de ruimtelijke kwaliteit van het huis vormen. Volgens hen zijn dezelfde waarden aan de orde bij het bepalen van de ruimtelijke kwaliteit van een straat, een buurt, wijk of zelfs een regio. Daarbij zullen bij de verschillende waarden wel steeds andere kwaliteitskenmerken worden gebruikt, maar in essentie gaat het om dezelfde waarden.

 

Architectuur is dus een mengsel van bouwkunde (de structuur van de onderliggende componenten), onderwerpen uit de constructieleer (de technische eigenschappen van de onderliggende componenten en de verbindingen daartussen) en de stijl (‘look’ and’feel’).

 

Vertaald naar de digitale wereld:

de functionaliteiten en hun onderlinge samenhang, de topologie:de gebruiksmogelijkheden van het artefact;
de gebruikte componenten, technologieën en de integratietechnieken: voor een degelijke constructie;
het uiterlijk gedrag, de beleving door gebruikers: voor de sfeerbepaling, het gebruiksplezier.


Dat nog niet elk artefact in de digitale wereld hier volledig aan beantwoordt, weten wij allemaal. Maar dat probleem zien we ook nog steeds in de fysieke wereld na ruim 5.000 jaar, aannemende dat de eerste piramides onder architectuur zijn gebouwd.

 

Hoewel deze drie aspecten gescheiden worden genoemd staan ze niet los van elkaar. Keuzes in de een kunnen de vrijheid in de ander beïnvloeden, zij zijn innig met elkaar vervlochten. De juiste afstemming zorgt dat een artefact een ziel krijgt, dat het iets is. Dat laatste, die onderlinge harmonie, is het geheim van de architect.


Het is belangrijk om aan alle drie aspecten voldoende aandacht te besteden. We zien echter dat van oudsher het constructieaspect erg veel aandacht krijgt, het gebruiksaspect wordt al wat moeilijker en het belevingsaspect is vaak het stiefkind. Probleem daarbij is dat wij nog niet echt weten wat die gebruiker werkelijk wil. Belangrijk voor dit aspect is het vinden van de ‘Menselijke Maat’ in de IT, net zoals een binnenhuisarchitect rekening houdt met de ‘Menselijke Maat’ bij het ontwerpen van een kamer.

 

Bij de beleving staat de gebruiker op de voorgrond , bij de gebruikswaarde de eigenaar en bij de constructie de bouwer of het onderhoudsteam. Rondkijkend door de onderwijsinstellingen in Nederland zou ik willen stellen dat voor beleving wat meer mag worden gekeken naar de Rietveld Academie, de constructie is vanouds uit het terrein van de technische universiteiten. De structurering, die als doel heeft inzicht en overzicht te verschaffen, inclusief de sociale, psychologische context hoort bij de ‘universele’ universiteiten.

 

Er kunnen dus drie deelverzamelingen van principes worden onderscheiden: principes die te maken hebben met de functionaliteit en de structurering daarvan (gebruikswaarde), principes die te maken hebben met de constructie en de materiaalkeuze en principes die te maken hebben met de beleving.

 

Bron: Rijsenbrij, D. (2004). Architectuur in de digitale wereld. Inaugurele rede. Radboud Universiteit Nijmegen, Nijmegen